Zo doe je vrksāsana: de boomhouding

De vertaling van vrksāsana is simpel: āsana betekent houding en vrksa is Sanskriet voor boom. Vrksāsana is dus de boomhouding, een eenvoudige staande balansoefening waarin je lichaam de vorm en de kwaliteiten aanneemt van een boom: stabiel en stevig, met de basis goed verankerd in de aarde.

Tegelijkertijd ben je als boom ook soepel en beweeglijk, zodat je kunt buigen zonder te breken. Stel je in deze houding je voeten en benen voor als de boomwortels, de voet van het staande been stevig op de aarde. Je torso vormt de stam van de boom en je armen zijn de takken die omhoog groeien, de lucht in. Je handen, met de handpalmen tegen elkaar, maken een gebaar van overgave.

Vrksāsana staat symbool voor geduld, voor stevig staan in een constante stroom van verandering, voor het kunnen groeien van binnenuit. Het is een houding waarmee je je focus en je stabiliteit vergroot; het oefenen van de boomhouding vraagt om concentratie, beheersing en balans. Door regelmatig in de boom te staan versterk je je enkels, je kuiten, je bovenbenen en je rug en creëer je ruimte in je heupen, liezen en borst. Daarnaast heeft vrksāsana een verlagend effect op vata dosha.

De houding

Om in de boomhouding te komen begin je in tādāsana, de berghouding, met je voeten op heupbreedte uit elkaar en je handen in añjali mudrā voor je borst, handpalmen tegen elkaar. Verplaats al je gewicht naar je linkerbeen. Houd hierbij je heupen op één lijn. Voel dat de linkervoet stevig op de grond kan staan. Je gewicht is gelijkmatig verdeeld over de vier punten van de voetzool: de bal van de grote teen, de bal van de kleine teen, de binnenkant van de hiel en de buitenkant van de hiel. De tenen rusten ontspannen op de mat.

Plaats je rechtervoet aan de binnenkant van je linkerbeen. Is er ruimte om je voet hoger tegen je staande been te plaatsen, zet je voet dan in je lies. Activeer je standbeen en stabiliseer je knie door je quadriceps goed aan te spannen. Overstrek het been niet, maar houd een lichte buiging in je knie. Om de rechterheup meer te openen kun je de buitenkant van je rechtervoet steviger in dat staande been drukken. Voel dat je op die manier je knie wat verder opzij kunt draaien. Houd wel -nog steeds- je heupen op één lijn.

Ontspan je schouders. Verleng ook je onderrug. Dit doe je door je navel naar binnen en omhoog te trekken en je staartbeentje richting de grond te laten zakken.

Breng nu je handen boven je hoofd. Strengel je vingers in elkaar met de wijsvingers gestrekt omhoog en strek je armen. Maak je lang. Laat je kruin omhoog groeien, til je borst op en voel dat je schouders kunnen zakken. Je schouderbladen schuiven wat meer in je rug: naar elkaar toe en naar beneden. Je bovenarmen zijn in één lijn met je oren en je behoudt lengte in je nek.

Focus je blik (drishti) op een vast punt voor je en adem rustig door. Wil je deze balanshouding verder verdiepen? Kijk dan omhoog naar je vingers. Blijf minimaal vijf rustige, ruime ademhalingen zo staan. Keer terug naar tādāsana en wissel van kant.

Vata dosha

Oefen je vrksāsana met als doel vata omlaag te brengen, blijf dan langer in de houding staan – minimaal één minuut aan elke kant. Voel dat het onderlichaam een sterke basis vormt van waaruit het bovenlichaam wordt opgetild. Adem langzaam door of gebruik ujjayi om je focus verder te versterken.

Variaties

Er zijn verschillende variaties mogelijk in vrksāsana. Breng je voet tegen je kuit of enkel, eventueel zelfs met je grote teen aan de grond, als het houden van je balans in het begin nog lastig is. Duw met je voet tegen je been en tegelijkertijd met je been tegen je voet als je voet dreigt weg te glijden. Voel dat je op deze manier meer kracht en stabiliteit creëert in de benen. Doe dit natuurlijk niet als je voet tegen je kniegewricht staat. Is dat wel waar jouw voet uitkomt in de boomhouding? Plaats dan eerst je voet wat hoger of wat lager tegen je been.

Houd je handen in añjali mudrā voor je borst of breng je armen langs je oren. Kies ervoor om de armen te spreiden, in een V-vorm, of houd ze op schouderbreedte en strek ze recht omhoog. Je handenpalmen wijzen naar elkaar toe.

Naar binnen keren

Vrksāsana heeft een aardend en stabiliserend effect en vergroot je focus. Oefen, om dit effect te versterken en om je lichaamsbewustzijn verder te verhogen, de boom af en toe ook eens met je ogen dicht. Zo kun je je aandacht werkelijk naar binnen keren en voel je precies wat je in de houding moet doen om je balans te bewaren en stevig te kunnen staan.

Doe voorafgaande aan vrksāsana de volgende oefening: begin in tādāsana en sluit je ogen of gebruik een blinddoek. (Je kunt natuurlijk ook ’s nachts oefenen, in het donker.) Verplaats al je gewicht naar je linkerbeen en zet de grote teen van je rechtervoet op de grond. Til die teen dan een paar centimeter op van de vloer en houd hem opgetild. Keer je aandacht naar binnen en focus je op het voelen. Word je heel bewust van wat je moet doen om die grote teen van de grond te houden. Wissel ook van kant. Gaat deze oefening makkelijk? Plaats dan, met je ogen nog steeds gesloten, je voet aan de binnenkant van je been voor vrksāsana. Adem rustig door en probeer zo ontspannen mogelijk te blijven staan, met je ogen dicht. Keer terug naar tādāsana en open rustig je ogen. Oefen daarna de boom, aan beide kanten, ook nog een keer met je ogen open en ervaar het verschil.

Focus en stabiliteit

Vrksāsana helpt je om te focussen en te aarden. De houding geeft stabiliteit in tijden van verandering of als vata dosha uit balans is, en leert je om met je aandacht naar binnen te keren. Zo raak je steeds steviger verankerd in jezelf zodat je kunt groeien van binnenuit en je ontspannen mee kunt bewegen met de flow van het leven, als een boom in de wind.

Liselotte


[Dit artikel werd gepubliceerd in Tijdschrift voor Yoga #4, 2018.]