Column: Het Echte Bos

“Waar is hier het bos?”, vraag ik elke Zwollenaar die ik tegenkom. Het is 2001 en ik woon al een paar jaar in Zwolle, maar ik heb nog geen bos gevonden. Ze nemen me mee naar het Engelse Werk. Naar Zandhove. Of naar Molencate, aan de overkant van de rivier, in Hattem. Teleurgesteld kijk ik ze aan. Dit zijn parken. Landgoederen. “Nee, ik bedoel het échte bos”.

Als je opgroeit in Drenthe ben je gewend om de stad uit te fietsen, zo de bossen in. Eindeloze kilometers fietspad brengen je over heidevelden, langs vennetjes, naar wandelroutes die nog verder het bos in gaan. Of ze leiden je naar die grote discotheek drie dorpen verderop waar je de crème de la crème van de Nederlandse popmuziek op kunt zien treden. Denk 90’s. Denk T-Spoon. De Kast. Marco Borsato. In een witte kabeltrui. 

Als tiener fiets ik door Drenthe. Elke dag. Nog lichtjaren ben ik verwijderd van een leven op legerkistjes, met lang zwart haar en een liefde voor heavy metal. Ik fiets de stad uit, het bos in, en vind dat de normaalste zaak van de wereld. 

Tegenwoordig wandel of ren ik de stad uit. Langs de rijtjeshuizen, parken en weilanden van Zwolle Zuid naar de uiterwaarden en de dijk op, langs de IJssel. Mijn legerkistjes heb ik jaren geleden verruild voor sneakers. Door mijn dopjes klinkt geen T-Spoon, De Kast of Marco Borsato. Wel soms nog heavy metal en steeds vaker ook gewoon de radio of een podcast.

Ik loop en zie de wolken weerkaatst in het hoogstaande water. In de verte reiken de rode en blauwe bogen van de spoorbrug en de IJsselbrug over de rivier. Ik stop en haal een keer diep adem. Ik weet inmiddels dat ik om vanuit Zwolle in een Echt Bos te komen de trein of auto nodig heb. Maar de IJssel bereik ik makkelijk te voet. Heerlijk.

En, zo lijkt het, de normaalste zaak van de wereld. 💙

Liselotte